Mobers & Dings notarissen Mobers & Dings notarissen Mobers & Dings notarissen Mobers & Dings notarissen Mobers & Dings notarissen
Gratis offerte aanvragen Gratis offerte aanvragen

Schenkingen

Geld schenken op papier - Gevolgen van de schuldigerkenning voor de inkomstenbelasting - Overdracht van de ouderlijke woning - De vruchtgebruikvariant - Kwijtschelding - De vruchtgebruikvariant en de inkomstenbelasting - De huurvariant - De huurvariant en de inkomstenbelasting - Het huis schenken - Overdracht van vermogen via het huwelijksvermogensrecht - Voorbeeld huwelijkse voorwaarden - Gemeenschap van goederen - Huwelijkse voorwaarden - Overdracht van vermogen met behulp van het erfrecht - De ouderlijke boedelverdeling - Wettelijke verdeling - Aanpassing rente en successierecht - Het vruchtgebruiktestament - Flexibel testament

Geld schenken op papier

Het is mogelijk om te schenken zonder dat er contant geld aan te pas komt. Dit kan zijn als ouders geen contanten hebben (het vermogen zit bijvoorbeeld in het huis of in het bedrijf) of wanneer zij graag nog de beschikking willen houden over hun vermogen omdat zij hun oudedagsvoorziening in eigen beheer willen houden. Zo'n schenking op papier gaat in de vorm van schuldigerkenning uit vrijgevigheid door de ouder(s) van een geldsom aan hun kind(eren) die eerst opeisbaar is bij overlijden van de schenker(s). Omgekeerd verkrijgen de kinderen een niet opeisbare vordering op hun ouders.
Bij overlijden van een van de ouders of bij overlijden van de laatste kan de 'schuld op papier' in mindering komen op het saldo van de nalatenschap. Door de schuldigerkenning over een reeks van jaren te spreiden (zie het hiervoor opgemerkte over het maken van een schenkingsprogramma) kunnen besparingen van te heffen successierechten worden gerealiseerd.
De fiscus beschouwt de schenking als reeël, maar er is een aantal spelregels waaraan u zich moet houden.
Regels die de fiscus stelt:
a. de schuldigerkenning moet vast liggen in een notariële akte. Schuldigerkenningen bij onderhandse akte zijn niet rechtsgeldig en kunnen daardoor niet in mindering worden gebracht op de nalatenschap;
b. er zal door de ouders over de schuld aan hun kinderen daadwerkelijk jaarlijks een zakelijke rente moeten worden vergoed. Over het feit welke rente zakelijk is, lopen de meningen uiteen.

Gevolgen van de schuldigerkenning voor de inkomstenbelasting

Over de rente is door de kinderen geen inkomstenbelasting verschuldigd. Evenmin is deze bij de ouders aftrekbaar. Wel wordt bij de kinderen inkomstenbelasting geheven over het zogenaamde "fictief rendement" van hun vermogen. Het vermogen bestaat uit bezittingen, verminder met de schulden. De vordering van de kinderen op hun ouders wordt bij de bezittingen meegeteld, evenals de ontvangen rente. Het vermogen wordt vervolgens -fiscaal- geacht 4% rendement op te leveren. Over deze 4% wordt in 30% inkomstenbelasting geheven, de zogenaamde "vermogensrendementsheffing"(box 3). Totaal bezien betekent dit dat 1,2% van de waarde van het vermogen aan de fiscus dient te worden afgedragen. Wel is er een vrijstelling. Deze bedraagt voor 2004 19.252,-.
Bij de ouders komt de schuld aan de kinderen in mindering op hun vermogen, zodat zij doorgaans minder inkomstenbelasting zullen betalen.

Overdracht van de ouderlijke woning

De overdracht van de eigen woning is een veel besproken onderwerp op het notariskantoor. Met name gaat het dan om de vraag of het verstandig is het woonhuis reeds bij leven aan de kinderen over te dragen.
Tot enkele jaren geleden was de belangrijkste reden hiervoor te voorkomen dat het huis 'opgegeten' moest worden voor het geval men in een bejaardenhuis zou worden opgenomen.
Sinds 1 januari 1997 is de vermogenstoets bij een intrek in een bejaardenhuis afgeschaft. Dit argument voor overdracht van het eigen huis is daarom vervallen.
Er kunnen andere redenen zijn om het eigen huis bij leven over te dragen aan de kinderen. Door de overdracht kan de waardestijging van het eigen huis als het ware aan de kinderen worden overgeheveld. Het huis behoort dan niet meer tot de nalatenschap(pen) van de ouder(s) en heffing van successierecht blijft achterwege.
Ook hier geldt dat diverse fiscale aspecten mee in beschouwing moeten worden genomen. Inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting spelen bijvoorbeeld een rol. Ook is er een aantal onzekerheden. Hoe ontwikkelt zich de waarde van de woning of de flatwoning? Wat gebeurt er als de ouder(s) kleiner willen gaan wonen? Hebben zij dan nog de beschikking over de verkoopopbrengst? Wat zijn de gevolgen als een kind vóór de ouder overlijdt of gaat scheiden? Deze vragen moeten worden gesteld. De notaris zal u bij de beantwoording daarvan behulpzaam zijn. Het voert te ver om in dit verband op deze vragen in te gaan.
Ruwweg zijn er drie varianten denkbaar om het woonhuis aan de kinderen over te dragen: overdracht onder het voorbehoud van een gratis woonrecht in de vorm van vruchtgebruik of recht van bewoning, overdracht van het huis in volle eigendom waarna de ouders een huurrecht bedingen en schenking van het huis al dan niet onder voorbehoud van een woonrecht of huurrecht.

De vruchtgebruikvariant

In deze variant wordt slechts de 'blote eigendom' van de woning overgedragen, terwijl de ouder(s) zich het levenslang recht van bewoning ofwel vruchtgebruik voorbehouden. Het verschil tussen het recht van bewoning en het vruchtgebruik is hierin gelegen, dat het bewoningsrecht niet kan worden vervreemd of bezwaard. Het vruchtgebruik is een min of meer 'exploitabel' recht. De vruchtgebruiker hoeft er niet persé te wonen. Deze kan het huis ook verhuren en de huuropbrengst ontvangen. Als de vruchtgebruiker het huis verlaat en dit vervolgens wordt verkocht heeft deze het vruchtgebruik van de verkoopopbrengst. De opzet van deze variant is als volgt. De ouders verkopen (of schenken) het woonhuis aan (bij voorkeur) alle kinderen, waarbij zij zich het woonrecht voorbehouden. Zonder vergoeding blijven de ouders in het huis wonen. Meestal wordt afgesproken dat alle kosten van onderhoud, reparatie en belastingen voor rekening van de ouders blijven. (Hierna wordt nog teruggekomen op de belastingaspecten.) De waarde van het vruchtgebruik, en daardoor ook de waarde van de blote-eigendom is afhankelijk van de leeftijd van de (vrucht)gebruiker, de ouder(s). 'Blote'-eigendom is eigendom waaraan uw kind eigenlijk niets heeft omdat de ouder in het huis woont op grond van het zakelijke recht van vruchtgebruik. Hoe jonger de vruchtgebruiker is des te lager is de waarde van de blote eigendom. Het duurt immers nog lange tijd voordat het vruchtgebruik eindigt en de blote eigendom volle eigendom wordt. Successierechtelijk zit hier een addertje onder het gras. Met het verstrijken van de jaren neemt niet alleen de waarde van het huis toe maar groeit zoals gezegd de blote eigendom naar volle eigendom. De waarde aan-groei zou onbelast zijn gebleven. Maar hier heeft de successiewet een stokje voor gestoken. Als het (vrucht)gebruiksrecht van de ouders eindigt bij hun overlijden of korte tijd daarvoor (binnen 180 dagen), wordt de waarde van het huis voor de berekening van het successierecht bij de nalatenschap geteld. Echter niet getreurd, de waarde van de verkrijging van de woning mag namelijk worden verminderd met de koopsom van de blote eigendom die destijds is betaald, plus het renteverlies, te stellen op 6% per jaar. Bovendien mag bij de bijtelling worden uitgegaan van de waarde van het huis op het moment van de overdracht en dus niet van de waarde bij overlijden van de ouder(s). De waardevermeerdering van het huis blijft zodoende onbelast.

Kwijtschelding

De koopsom voor de blote eigendom kan door de kinderen worden betaald, maar deze kan ook door de kinderen aan de ouders worden schuldig gebleven. De vraag rijst of deze schuld renteloos kan zijn. Als wel rente wordt vergoed leidt dit tot een vermogensvermeerdering bij de ouders. Als geen rente wordt vergoed kan sprake zijn van een bevoordeling waarover schenkingsrecht verschuldigd is. Wilt u dit voorkomen dan moet u de lening dagelijks en direct opeisbaar maken. De opeisbaarheid moet reëel zijn, dat wil zeggen dat de kinderen over de nodige liquiditeiten moeten beschikken om de lening direct te kunnen voldoen. Of een (hypothecaire) lening kunnen aangaan om de koopsom desgewenst te kunnen aflossen.
Om te bereiken dat het huis uiteindelijk 'met gesloten beurzen' naar de kinderen overgaat, kunnen de ouders overwegen de koopsom in etappes (bijvoorbeeld jaarlijks) kwijt te schelden. Gebruik kan worden gemaakt van de jaarlijkse vrijstellingen voor schenkingsrecht.
Is de koopsom in één termijn kwijtgescholden dan kunnen overdrachtsbelasting en schenkingsrechten met elkaar worden verrekend.

De vruchtgebruikvariant en de inkomstenbelasting

Door de overdracht van het woonhuis aan de kinderen is het huis voor de ouders geen "eigen woning" meer. Dit betekent dat de eigenwoningregeling (aftrek van de hypotheekrente in box 1 en toepassing van het eigenwoningforfait) niet meer wordt toegepast. De waarde van de hypotheekschuld en van het vruchtgebruik wordt meegeteld bij de bepaling van het vermogen van de ouders voor de vermogensrendementsheffing van box 3. Voor de waardebepaling van het vruchtgebruik zijn regels gegeven. Bij de kinderen telt de blote eigendom eveneens mee in box 3.

De huurvariant

Waarom een 'huurvariant' als het woonrecht tóch gratis geregeld kan worden? Meestal willen ouders geen huur betalen aan hun kinderen en liever gratis in 'hun' huis blijven wonen. In dat geval dragen de ouders in de ogen van de fiscus feitelijk niets over, want doordat ze de woning gebruiken worden ze er feitelijk niet armer van. Om dit te voorkomen is er in het successierecht een zogenaamde fictiebepaling ontworpen. Deze bepaling stelt dat er geen overdracht heeft plaatsgevonden wanneer de erflater en het kind afspreken dat de erflater een gratis woningrecht krijgt / gratis in de woning kan blijven wonen.
Er wordt dan door de fiscus geheven alsof het overgedragen vermogensbestanddeel (bijvoorbeeld bovengenoemd huis) zich nog in het vermogen van de erflater bevindt. Alleen als de toekomstige erflater bij leven een vergoeding voldoet, bijvoorbeeld het betalen van huur, gaat de fictiebepaling niet op. Er wordt dus geen successierecht geheven, mits de ouders een reële huur betalen.
Het woongenot van de ouders is verzekerd omdat zij recht hebben op huurbescherming. Welke koopsom de kinderen voor de woning betalen hangt af van de waarde in verhuurde staat. (Sommige belastinginspecties hanteren een waarde die gerelateerd is aan de leeftijd van de jongste ouder). De waarde in verhuurde staat is uiteraard wel lager dan de leegwaarde. Over de waarde in verhuurde staat dient bij de overdracht 6% overdrachtsbelasting te worden betaald.

De huurvariant en de inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting
De door de ouders te betalen huur is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting in box 1. Evenmin is de huur bij de kinderen belast. Het huurwaardeforfait speelt geen rol meer. Wel moeten de kinderen ook in deze situatie de waarde van de woning en de betaalde huurtermijnen meetellen voor de vermogensrendementsheffing.

Het huis schenken

Het voordeel van de schenkingsvorm is dat de schenker aan de schenking een uitsluitingsclausule kan verbinden. Hij mag bepalen dat de eigendom van het huis alleen toebehoort aan de eigen kinderen, ook al zijn zij in algehele gemeenschap van goederen getrouwd.
De 'koude kant' (schoonzoon, schoondochter) heeft ook het nakijken wat de waardestijging betreft. Wordt een huis verkocht in plaats van geschonken en de koopsom in gedeelten kwijtgescholden, dan kunnen aan de kwijtscheldingen uitsluitingsclausules worden verbonden. Het huis en daarmee de te realiseren waardestijgingen behoren dan wel tot de huwelijksgemeenschap.
De kinderen moeten schenkingsrecht betalen over de waarde van het huis. Heffing van overdrachtsbelasting blijft achterwege, mits er maar schenkingsrecht wordt betaald dat tenminste 6% van de waarde bedraagt.
Samenvattend
De fiscale, juridische en maatschappelijke aspecten van overdracht van vermogen tijdens uw leven kunnen in grote lijnen als volgt worden samengevat.

  • Het verdient de voorkeur een schenkingsprogramma op te stellen. U kunt beter uw vermogen in fasen overhevelen. Het schenkings- en successierecht is een progressieve belasting. Daarom is het voordeliger een paar keer een kleiner bedrag te schenken dan één keer een groot bedrag.
  • Het is zinvol vermogensbestanddelen te schenken waarvan mag worden verwacht dat deze in waarde zullen stijgen.
  • Gezegd is al: 'Eens gegeven, blijft gegeven'. U moet zich realiseren dat schenkingen onomkeerbaar zijn. Dit brengt ons op een belangrijk aspect; wilt u op een of andere manier nog de zeggenschap over uw vermogen behouden? De zorg voor tijden dat het u mogelijk financieel minder goed zal kunnen gaan moet mede in ogenschouw worden genomen.

Overdracht van vermogen via het huwelijksvermogensrecht

Bepalend voor de omvang van de nalatenschap is de wijze waarop u bent getrouwd: in algehele gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden.
Ieder kind betaalt successierecht over zijn of haar verkrijging uit uw nalatenschap. De omvang van uw nalatenschap is afhankelijk van het door u gekozen stelsel van huwelijksvermogensrechten en is van invloed op het te heffen successierecht.

Voorbeeld gemeenschap van goederen
De heer en mevrouw P zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en hebben vier kinderen. Bij overlijden van de heer P bedraagt het vermogen 500.000,-. De nalatenschap van de heer P bedraagt de helft van de gemeenschap: 250.000,-. De andere helft is het deel van mevrouw P dat niet vererft. Mevrouw P en haar kinderen erven ieder 1/5 deel: 50.000,-.

Voorbeeld huwelijkse voorwaarden

De heer en mevrouw P zijn buiten gemeenschap van goederen gehuwd en hebben vier kinderen. De heer P heeft een eigen vermogen van: 500.000,-. Mevrouw P bezit niets; haar vermogen bedraagt 0. De nalatenschap van de heer P bedraagt 500.000,-. Mevrouw P en haar kinderen erven ieder 1/5 deel: 100.000,-.

Uit de voorbeelden blijkt dat de kinderen in het geval dat de ouders op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd dubbel zoveel erven als in het geval van de huwelijksgemeenschap en daardoor meer successierecht moeten betalen. Bij estate planning komt het er op aan of het huwelijksvermogensstelsel al of niet gewijzigd moet worden.

Gemeenschap van goederen

Gemeenschap van goederen tussen echtgenoten kan op twee momenten ontstaan. Zowel bij het aangaan van het huwelijk als tijdens het huwelijk.
Bij het aangaan van het huwelijk ontstaat de huwelijksgemeenschap automatisch. Tijdens het huwelijk kan de huwelijksgemeenschap ontstaan als de echtgenoten hun huwelijkse voorwaarden wijzigen. Hiervoor is wel goedkeuring van de rechtbank nodig.Het gevolg van de huwelijksgemeenschap is, dat in principe de beide vermogens van de echtgenoten samenvloeien tot een gemeenschappelijk vermogen.
Ook hetgeen in de toekomst wordt verkregen wordt gemeenschappelijk. Dat geldt alleen niet voor schenkingen of erfenissen (legaten) waarvan de schenker of erflater heeft bepaald dat deze buiten de huwelijksgemeenschap vallen door middel van de uitsluitingsclausule.
De schuldeisers van beide echtgenoten kunnen zich op de huwelijksgemeenschap verhalen. Bij echtscheiding wordt het gemeenschappelijk vermogen in principe in tweeën verdeeld.
Voor estate planning is de huwelijksgemeenschap een aantrekkelijk stelsel. Waarom? Slechts het halve gemeenschapsvermogen vererft. Overlijdt de langst-levende dan kan nog een keer van tarieven en vrijstellingen gebruik worden gemaakt.
Een huwelijksgemeenschap kan na het overlijden zodanig worden verdeeld, dat de vermogensbestanddelen waarvan een waardestijging mag worden verwacht aan de kinderen kunnen worden toebedeeld. In veel gevallen is dit de ouderlijke woning. Toedeling hiervan aan de kinderen kost geen overdrachtsbelasting! Wel moet op de gevolgen voor de inkomstenbelasting worden gelet.

Door middel van een testament kan de 'zeggenschap' over de woning worden geregeld. Bespreek dit met uw notaris.

Huwelijkse voorwaarden

Wie huwelijkse voorwaarden wil maken heeft een grote mate van vrijheid om te kiezen welk stelsel men wil.
In ieder geval wordt bij huwelijkse voorwaarden afgesproken dat men afwijkt van de regels van de huwelijksgemeenschap.
Een zeer veel voorkomende vorm van huwelijkse voorwaarden is de uitsluiting van elke gemeenschap met de toevoeging van één of meer verrekenbedingen. Verrekenbedingen kunnen zowel periodiek als finaal zijn. Onder een periodiek verrekenbeding wordt verstaan de afspraak tussen echtgenoten tot jaarlijkse verrekening van de gespaarde inkomsten, veelal uitsluitend de inkomsten uit arbeid. Als de verrekening niet periodiek maar slechts aan het eind van de rit (echtscheiding en/of overlijden) moet gebeuren, is sprake van een finaal verrekenbeding. Bij een finaal verrekenbeding worden niet de inkomsten, maar de vermogens van de echtgenoten verrekend. In geval van overlijden wordt dan meestal afgerekend alsof een huwelijksgemeenschap had bestaan. Soms worden zowel een periodiek als een finaal verrekenbeding opgenomen. (Hetgeen hiervoor is gezegd geldt ook voor partnerschapsvoorwaarden die door geregistreerde partners kunnen worden gemaakt.)
Willen echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd vanwege de besparing van successierechten hun stelsel wijzigen, dan kunnen zij kiezen tussen de huwelijksgemeenschap of het finaal verrekenbeding waarbij wordt afgerekend alsof een huwelijksgemeenschap had bestaan. De keuze voor het een of het ander heeft verstrekkende gevolgen. De voor- en nadelen worden hierna naast elkaar gezet.
Huwelijksgemeenschap door wijziging huwelijkse voorwaarden ingevoerd
Nadeel
Bij echtscheiding moet het gemeenschapsvermogen worden verdeeld.
Voordeel
Bij overlijden ontstaat een onverdeelde (huwelijks)gemeenschap die verdeeld kan worden. De vermogensbestanddelen met een potentiële waardestijging kunnen aan de kinderen worden toebedeeld. Bij onroerend goed en/of aanmerkelijk belang aandelen heeft deze toedeling geen fiscale gevolgen: respectievelijk geen overdrachtsbelasting en geen 25%-inkomsten-belasting ('de doorschuifregeling')
Nadeel
Schuldeisers hebben verhaal op het gemeenschapsvermogen. (Dus ook op het oorspronkelijke privévermogen van een van de echtgenoten dat in de gemeenschap is gevloeid.)
Nadeel
Een successierechtelijk risico voor het geval de aanvankelijk minst vermogende echtgenoot als eerste overlijdt. (Er wordt echter wel altijd een progressie-voordeel behaald).
Nadeel
Polissen met overlijdensrisicodekking kunnen niet gesplitst blijven en daardoor is de uitkering belast.
Finaal verrekenbeding

Voordeel
Verrekening bij echtscheiding kan worden uitgesloten.
Nadeel
Er ontstaat géén onverdeeldheid. Wil men vermogensbestanddelen van de langstlevende aan kinderen laten toekomen dan moeten deze worden overgedragen, hetgeen tot belastingheffing kan leiden.
Voordeel
Schuldeisers blijven alleen verhaal houden op het privé-vermogen van de schuldenaarechtgenoot. Ten opzichte van schuldeisers blijven echtgenoten buiten gemeenschap van goederen gehuwd.
Nadeel
Hetzelfde successierechtelijk risico als bij de huwelijksgemeenschap. Er wordt echter wel altijd een progressievoordeel behaald. Dit nadeel is contractueel niet uit te sluiten. Zonder fiscaal nadeel kunt u niet bepalen dat het beding alleen werkt wanneer de meest vermogende overlijdt. Ook kunt u niet de keuze of er al of niet verrekend wordt overlaten aan de langstlevende.
Voordeel
Polissen met overlijdensrisicodekking kunnen gesplitst blijven en daardoor is de uitkering onbelast.

Overdracht van vermogen met behulp van het erfrecht

Besparing van successierecht kan worden bereikt door het doen van schenkingen en door middel van het huwelijksvermogensrecht. Naast de huwelijksvorm is het testament een middel om het te heffen successierecht te beïnvloeden. Niet alles mag ondergeschikt worden gemaakt aan belastingbesparing. Het is vanzelfsprekend dat ook de langstlevende echtgenoot/partner verzorgd achterblijft en een levensstandaard kan voortzetten zoals hij of zij dat gewend was.

Zo moet met de notaris worden besproken of de langstlevende een redelijk (pensioen)inkomen heeft voor het geval de echtgenoot die een ouderdomspensioen geniet mocht overlijden. Het weduwenpensioen is afgeleid van het ouderdomspensioen, maar is lager.
Verdere vragen zijn: wat zijn de statistisch te behalen leeftijden van de echtgenoten? Wat zijn de consequenties als een kind in de bijstand zit?
Wat is de waarde van het gemeenschappelijk vermogen en/of de privé-vermogens van de echtgenoten? Hoe zijn deze vermogens samengesteld en zijn er vermogens-bestanddelen die naar alle waarschijnlijkheid sterk in waarde zullen toenemen? Rekening houdend met de antwoorden op deze en vele andere vragen kan worden gekomen tot een berekening van het voordeligste testament. Het is zaak tijdig maatregelen te treffen.
Door het testament kan worden voorkomen dat het vermogen onnodig twee keer of vaker vererft en er telkens successierecht moet worden betaald.
Hierna worden van drie testamentvormen de fiscale gevolgen besproken. Dit zijn de ouderlijke boedelverdeling, het vruchtgebruik en het flexibele testament.
Het flexibele testament is de aanduiding voor een combinatie van verschillende testamentsvormen.

De ouderlijke boedelverdeling

De ouderlijke boedelverdeling(OBV) was tot 1 januari 2003 de meest voorkomende uiterste wilsbeschikking. Na 1 januari 2003 is het niet meer mogelijk een ouderlijke boedelverdeling testament te maken. De bestaande testamenten blijven echter wel geldig.
Het kenmerk van de ouderlijke boedelverdeling is dat de langstlevende automatisch de vrije beschikking heeft over de gehele nalatenschap en de verplichting heeft alle schulden te voldoen. De langstlevende heeft voorts de verplichting om aan de kinderen ieder hun erfdeel schuldig te erkennen. In het testament worden de gevallen opgesomd waarin de kinderen hun vorderingen kunnen opeisen. In principe zijn de vorderingen niet eerder opeisbaar dan bij overlijden van de langstlevende. (N.B.: veel voorkomende opeisingsgronden zijn het faillissement van de langstlevende of het hertrouwen.) Vaak zal een rente worden vergoed over de vorderingen.

Wettelijke verdeling

Vanaf 1 januari 2003 geldt een nieuwe regeling voor het geval de overledene een echtgenoot (of geregistreerd partner) en één of meer kinderen als erfgenaam achterlaat. Deze regeling is gebaseerd op de ouderlijke boedelverdeling en wordt de wettelijke verdeling genoemd. De echtgenoot wordt net als bij de ouderlijke boedelverdeling enig rechthebbende tot de nalatenschap. Hij krijgt dus alle bezittingen, maar moet de schulden voor zijn rekening nemen. De kinderen krijgen een geldvordering op de echtgenoot ter waarde van hun erfdeel, opeisbaar bij het overlijden van die echtgenoot. De vordering draagt een rente die afhankelijk is van de door de overheid vastgestelde wettelijke rente.
De rente bedraagt namelijk de wettelijke rente minus 6 procent. Bedraagt de wettelijke rente 6 procent of minder, dan wordt geen rente vergoed. Bij testament kan een ander rentepercentage worden vastgesteld.
Binnen drie maande na het overlijden kan de echtgenoot de wettelijke verdeling ongedaan maken. Dit moet bij notariële akte, die wordt ingeschreven in een speciaal register. Na ongedaan making zijn de erfgenamen gezamenlijk gerechtigd tot de nalatenschap en moeten zij deze samen verdelen. Ook hier kan bij testament een andere regeling worden vastgesteld.
In het testament kan van de wettelijke verdeling worden afgeweken, bijvoorbeeld door aan de langstlevende echtgenoot een kleiner erfdeel toe te kennen. In het testament kan van de wettelijke verdeling worden afgeweken, bijvoorbeeld door aan de langstlevende echtgenoot een kleiner erfdeel toe te kennen. De echtgenoot heeft geen legitieme portie. Om successierechten te besparen kan men het erfdeel van de langstlevende kleiner of groter maken.
U zou het erfdeel van de langstlevende kunnen vergroten wanneer te verwachten is dat zijn of haar vrijstelling voor het recht van successie niet geheel zal worden benut. (Deze vrijstelling ligt, afhankelijk van de contante waarde van de door de langstlevende echtgenoot verkregen pensioenrechten tussen 141.807,- en 496.324,- (vrijstellingen 2004).)
Bij grotere vermogens kunt u het erfdeel van de langstlevende verkleinen opdat over de totale nalatenschap (van beide ouders) per saldo minder successierecht verschuldigd is. Door verkleining van het erfdeel van de langstlevende worden de erfdelen van de kinderen groter. Er ontstaan grotere vorderingen en de langstlevende moet meer rente vergoeden. Er ontstaan daardoor grotere schulden die in mindering op de nalatenschap van de langstlevende worden gebracht. Het gevolg is dat dit leidt tot een lagere heffing van successierecht bij het overlijden van de langstlevende.

Aanpassing rente en successierecht

Bij testament kan in geval van de wettelijke verdeling een ander rentepercentage worden vastgesteld. Dit heeft onder meer een fiscale reden. Bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot kunnen de vorderingen van de kinderen met de daarover verschuldigde rente op diens nalatenschap in mindering worden gebracht.
Voorbeeld
De heer en mevrouw P zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben twee kinderen. De huwelijksgemeenschap heeft bij het overlijden van de heer P een saldo (bezittingen minus de schulden) van 600.000,-. De helft van dat saldo is de waarde van de nalatenschap van de heer P, of 300.000,-. De kinderen en mevrouw P. erven ieder 1/3 deel, of 100.000,-.
Variant A (er is geen testament gemaakt. De wettelijke verdeling is van toepassing)
De vordering van elk kind bedraagt 100.000,-. Mevrouw P krijgt alle baten van de huwelijksgemeenschap, deels op grond van het huwelijksvermogensrecht en deels op grond van de wettelijke verdeling, oftewel 600.000,- (a).
Stel dat mevrouw P 10 jaar ná de heer P overlijdt en dat haar vermogen - theoretisch gesproken - gelijk is gebleven. Stel voorts dat gedurende die tien jaar de wettelijke rente 6 procent of minder heeft bedragen, zodat geen rente over de vorderingen van de kinderen wordt vergoed. Bij haar overlijden bedraagt haar nalatenschap 600.000,- (a) te verminderen met de vorderingen van haar beide kinderen 200.000,- (2 x 100.000,-), blijft netto 400.000,-. Gezien de lage wettelijke rente vindt geen rentevergoeding plaats. Dit bedrag erven de beide kinderen ieder voor de helft. Het successierecht bedraagt per kind 26.334,-, in totaal 53.668,- (b).
Variant B (de heer P heeft een testament gemaakt. De wettelijke verdeling blijft van toepassing)
De heer P heeft in zijn testament een rente opgenomen gelijk aan 6% per jaar die vergoed moet worden over de vorderingen van de kinderen. Ook de rentevergoeding wordt aan de kinderen schuldig gebleven. Stel dat mevrouw P 10 jaar na de heer P overlijdt en dat haar vermogen gelijk is gebleven. Haar nalatenschap bedraagt, zie variant A, 600.000,- (a) te verminderen met de vorderingen 200.000,-. Tevens komt nog de te betalen rente over 10 jaar in mindering, die gelijk is aan 10 jaar x 6% of 60%. De renteschuld bedraagt 60% van de totaal nog te betalen erfdelen 200.000,-, ofwel 120.000,-. De totale aftrekpost bedraagt 320.000,-; de netto nalatenschap bedraagt dan ( 600.000,- minus 320.000,-) of 280.000,-. Dit bedrag erven de beide kinderen ieder voor de helft. Het totale successierecht bedraagt 32.240,- (c).
Het voordeel (van rentedragende vorderingen, variant B, ten opzichte van renteloze vorderingen, variant A), bedraagt (b minus c) 52.668,- minus 32.240,- of 20.428,-.
Omdat de vorderingen van uw kinderen met rente niet eerder opgeëist kunnen worden dan bij overlijden van de langstlevende, worden deze vorderingen fiscaal afgewaardeerd. Op wiskundige wijze dient voor het successierecht de contante waarde van deze rentegevende vordering te worden berekend. De andere kant van de medaille is dat de belastingdienst ervan uitgaat dat de langstlevende 'fictief vruchtgebruik' geniet van de vorderingen van de kinderen èn de rente, omdat hij deze tijdens leven niet hoefde te betalen.
Om te beoordelen of een dergelijk vruchtgebruik aanwezig is herleidt de belastingdienst de in het testament gehanteerde enkelvoudige rente naar een samengestelde.
In het geval de herleide enkelvoudige rente uitkomt op en samengesteld percentage dat hoger ligt dan 6% (= een rekenrente uit de successiewet), volgt voor de langstlevende géén bijtelling van het fictieve vruchtgebruik. Deze bijtelling kan bij grote nalatenschappen een fiscaal ongunstige uitwerking hebben. Uw (kandidaat-)notaris kan één en ander nader toelichten. Waar het om gaat is dat de nalatenschap van de langstlevende aanzienlijk kan worden verkleind, als deze maar tijd van leven heeft en de rente op de vorderingen van de kinderen hoog genoeg is.
Wat de hoogte van de rente betreft past wel een waarschuwing. Als de weduwe (of weduwnaar) nog betrekkelijk jong is en in het testament is bepaald dat bij hertrouwen de kinderen hun vordering met rente kunnen opeisen dan kan de betaling een zwaar gelag zijn. Voor de inkomstenbelasting is geregeld dat de vorderingen bijna altijd buiten beschouwing blijven. Zolang de kinderen feitelijk nog niets gekregen hebben, hoeven zij dan ook geen inkomstenbelasting te betalen. Wel wordt uiteraard het vermogen waarover de langstlevende de beschikking heeft, bij deze in de heffing betrokken.

Het vruchtgebruiktestament

Er zijn verschillende soorten vruchtgebruiktestamenten. Het basistestament is dat de langstlevende een vruchtgebruik krijgt van (alle) goederen van de nalatenschap. Dit houdt in dat alle inkomsten uit het vermogen (bijvoorbeeld rente, dividend) aan de langstlevende toekomen.
De kinderen worden meestal als enige erfgenamen aangewezen, onder de last van het vruchtgebruik. De kinderen krijgen alle goederen van de nalatenschap onder deze last op naam. We noemen ze blote-eigenaren.
Het successierechtelijk voordeel van het vruchtgebruik bestaat hierin dat de eventuele waardegroei van de goederen vanaf het overlijden van de eerststervende aan de kinderen ten goede komt. Deze waardestijging wordt niet met successierecht belast. Een vruchtgebruik vervalt automatisch als de langstlevende overlijdt. Dan verkrijgen de kinderen de volledige eigendom. Een bijzondere variant van het vruchtgebruik testament is het 'Ik-vader-testament'. Bij dit testament krijgen de kinderen en de langstlevende allen een gelijk deel. Vervolgens vindt een herverdeling plaats zodanig dat de langstlevende en de kinderen allen in dezelfde tariefschijf voor de belastingheffing vallen. Deze 'verdeling' moet optimaal zijn. Het deel van de langstlevende dat in dezelfde tariefschijf valt wordt vervolgens toegerekend aan de kinderen. Althans voor zover de kinderen daarmee niet in een hoger tarief terechtkomen. Gevolg van dit alles is dat er per saldo hetzelfde bedrag aan successierecht wordt betaald, maar dat de kinderen een groter deel van de nalatenschap krijgen. Over dat extra deel behoeven zij bij overlijden van de langstlevende geen successierecht meer te betalen. De langstlevende krijgt zijn of haar deel uitgekeerd in de vorm van een vruchtgebruik.
Deze testamentvorm is zuiver fiscaal en beoogt niet de langstlevende te verzorgen.
De vruchtgebruiksituatie is relevant voor de inkomstenbelasting. De kinderen dienen de waarde van de blote eigendom aan te geven voor de vermogensrendementsheffing. Bij de langstlevende wordt de waarde van het vruchtgebruik in aanmerking genomen on box 3, met uitzondering van het vruchtgebruik op de eigen woning. In tegenstelling tot een overdracht van de eigen woning aan de kinderen tijdens leven, geldt bij een vruchtgebruik op de eigen woning krachtens testament namelijk wél de eigenwoningregeling voor de vruchtgebruiker.
Voor vruchtgebruik op aandelen die tot een zogenaamd "aanmerkelijk belang" behoren geldt overigens een afzonderlijke regeling.

Flexibel testament

Het lijkt erop dat echtgenoten met kinderen maar twee mogelijkheden hebben: òf gebruik maken van de wettelijke verdeling, òf het vruchtgebruik testament. Er is ook een combinatie mogelijk. Naast de wettelijke verdeling met een testamentair vastgesteld rentepercentage heeft de langstlevende de mogelijkheid bepaalde goederen uit de nalatenschap te kiezen (een keuzelegaat) en/of een vruchtgebruik van de gehele of van een gedeelte van de nalatenschap. Fiscaal gezien is het het meest wenselijk dat de keuze wordt uitgesteld tot na het overlijden van een van de echtgenoten. De keuze ligt uiteindelijk bij de langstlevende.
Op het moment dat de keuze wordt gemaakt, is immers een aantal zaken duidelijk: de uiteindelijke omvang van het vermogen, de leeftijd van de langstlevende, wellicht een inschatting hoe lang de langstlevende echtgenoot nog te leven heeft, gelet op diens gezondheidstoestand. Is de levensverwachting - statistisch gesproken - kort, dan heeft een rentegroei op de vorderingen van de kinderen nagenoeg geen fiscaal voordelig resultaat meer. Wellicht is het dan zinvol om met vermogensbestanddelen te schuiven naar de kinderen, onder voorbehoud van het vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende. In dat geval moet de echtgenoot binnen drie maanden de wettelijke verdeling ongedaan maken. Als de wettelijke verdeling niet meer bestaat, kan er met vermogensbestanddelen worden 'geschoven'. In het testament kan als alternatief een keuzelegaat en/of een vruchtgebruiklegaat zijn opgenomen. De langstlevende kiest die boedelbestanddelen die hij op naam wil hebben krachtens dit keuzelegaat. Voorts kiest de langstlevende die vermogensbestanddelen die hij onder vruchtgebruik wenst. Afhankelijk van de verwachtingen omtrent de waardeontwikkeling, worden de goederen 'verdeeld'. Goederen die de langstlevende verbruikt, bijvoorbeeld saldotegoeden of goederen met een geringe waarde(stijging) worden door de langstlevende gekozen. Goederen met een verborgen meerwaarde gaan naar de kinderen eventueel belast met vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende, wanneer deze het genot van de opbrengst wil behouden (effecten) of van de zaak zelf (woonhuis).
Duidelijk mag zijn dat waardevolle vermogensbestanddelen slechts eenmaal in de heffing van het successierecht worden betrokken, namelijk in de nalatenschap van de eerststervende echtgenoot.
Indien gekozen wordt voor het uitoefenen van het keuzelegaat, kan het zijn dat ook hier vorderingen van de kinderen ontstaan. Dit is het geval indien bepaald is dat de langstlevende de waarde van de gekozen vermogensbestanddelen schuldig moet erkennen.
Ten aanzien van de inkomstenbelasting is geen regeling getroffen. De vorderingen worden dan ook fiscaal niet genegeerd, zoals bij de wettelijke verdeling. De kinderen zullen de vorderingen moeten aangeven voor de vermogensrendementsheffing. De langstlevende mag uiteraard rekening houden met de schuld.