Erfgenamen volgens de wet
Nieuw erfrecht - Erfgenamen volgens de wet - Gehuwd met kinderen - Afwijken van de wet: testament - Afwijken van de wet: codicil - Testamentenregister
Nieuw erfrecht
Op 1 januari 2003 is het erfrecht ingrijpend veranderd. Eén van de belangrijkste wijzigingen is de positie van de langstlevende echtgenoot. Het nieuwe erfrecht zorgt ervoor dat die financieel beter verzorgd achterblijft (wettelijke verdeling). Ook een onterfde echtgenoot krijgt bepaalde rechten als dat nodig is voor zijn verzorging. De rechten van de kinderen worden beperkt, niet alleen als er een langstlevende echtgenoot is, maar ook als de kinderen onterfd zijn. Verder kan de positie van de executeur worden versterkt en valt er meer te regelen voor bedrijfsopvolging. Ook wordt de uitoefening van een aantal rechten gebonden aan tamelijk korte termijnen. In deze tekst wordt uitgegaan van het nieuwe erfrecht. Waar nodig vindt een verwijzing naar het oude erfrecht plaats.
Het erfrecht komt aan de orde bij overlijden. Degene die overlijdt, wordt erflater genoemd. Het vermogen dat iemand nalaat, bezittingen en misschien ook wel schulden, heet nalatenschap. Alle bezittingen en alle schulden gaan over op de erfgenamen. De wet bepaalt wie de erfgenamen zijn, als de overledene géén testament heeft gemaakt. Dit heet versterferfrecht. Met een testament kan men afwijken van de standaardregels. Dat wordt testamentair erfrecht genoemd.
Erfgenamen volgens de wet
Inleiding
De wet verdeelt de mogelijke erfgenamen (de familieleden) in vier groepen. Pas als in een groep géén familielid aanwezig is, komen personen uit de daaropvolgende groep als erfgenaam in aanmerking. Vroeger zei men het al en tegenwoordig geldt het in grote lijnen nog steeds: ''t naeste bloet erft het goet'. Hieruit valt af te leiden dat niet-bloedverwanten, zoals zwagers, schoonzusters, aangetrouwde kinderen of stiefkinderen nooit erfgenamen volgens de wet kunnen zijn. Echtgenoten zijn, als niet-bloedverwanten, de uitzondering op deze regel. Een van tafel of bed gescheiden man of vrouw komt niet meer als erfgenaam in aanmerking.
Geregistreerd partnerschap: sinds 1 januari 1998 kan een hetero- of homoseksueel paar zich als partners laten registreren bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Voor de vermogensrechtelijke situatie en het erfrecht heeft de partnerschapsregistratie hetzelfde gevolg als een huwelijk. Daar waar 'echtgenoot/huwelijksgoederengemeenschap/huwelijkse voorwaarden' staat, kan dus ook 'geregistreerde partner/goederengemeenschap/partnerschapsvoorwaarden' gelezen worden. N.B.: samenwoners die bij de notaris een samenlevingscontract hebben gesloten, zijn geen geregistreerd partners zoals hiervoor bedoeld.
Groep 1
Groep 1 bestaat uit de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en de afstammelingen: kinderen of (achter)kleinkinderen. De echtgenoot en de kinderen erven ieder een even groot gedeelte.
Voorbeeld 1
Een man overlijdt en laat een vrouw en drie kinderen achter. De man heeft vier erfgenamen, te weten zijn vrouw en zijn drie kinderen; ieder erft 1/4 gedeelte.
Voorbeeld 2
Een weduwe overlijdt. Zij had drie kinderen, waarvan één vóór haar is overleden met achterlating van twee (klein)kinderen. Het versterferfrecht bepaalt dat kleinkinderen in de plaats komen van hun overleden ouder (plaatsvervulling). De twee in leven zijnde kinderen krijgen dus ieder 1/3 gedeelte en de twee kleinkinderen krijgen samen het gedeelte dat oorspronkelijk voor hun overleden ouder bestemd was (ieder 1/6).
Men zegt wel dat de echtgenoot 'de helft plus een kindsdeel' krijgt. Dit gezegde gaat ervan uit dat man en vrouw in de wettelijke algehele gemeenschap van goederen getrouwd zijn. Dit betekent dat ieder de helft van de bezittingen en de helft van de schulden heeft. Vergelijk met een echtscheiding waarbij zij alles door twee moeten delen. De nalatenschap is in dit voorbeeld de helft van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Krachtens erfrecht krijgt de vrouw in voorbeeld 1 een kwart van de nalatenschap, gelijk aan een kindsdeel; de (andere) helft had zij vóór het overlijden van haar echtgenoot al.
Groep 2
Groep 2 bestaat uit de ouders en de broers en zusters van de erflater met hun afstammelingen. Een ouder erft altijd minimaal 1/4 gedeelte.
Voorbeeld
Een man heeft geen vrouw en geen kinderen. Bij zijn overlijden zijn in leven zijn beide ouders en twee broers. Ieder erft dan 1/4 gedeelte. Zijn er drie broers, dan erven de ouders ieder 1/4 gedeelte en de broers ieder 1/6 gedeelte.
Is al een broer vooroverleden met achterlating van kinderen, dan erven zijn kinderen samen in zijn plaats. Ook halfbroers en halfzusters tellen mee, maar wel voor een kleiner gedeelte dan volle broers en zusters.
Groep 3 en 4
Als een erflater geen echtgenoot en (klein)kinderen heeft (groep 1) en er ook geen ouders en broers en zusters met afstammelingen zijn (groep 2), komen de grootouders aan de beurt met hun (klein)kinderen, de ooms, tantes, neefjes en nichtjes (groep 3). Zijn ook deze allemaal gestorven, dan komen de overgrootouders met hun afstammelingen aan bod, tot in de zesde graad (groep 4). Als er helemaal geen bloedverwant in de categorie van overgrootouders blijkt te zijn, vervalt de hele nalatenschap aan de Staat der Nederlanden. Voor veel mensen is dit een vervelend idee, maar gelukkig is aan deze vererving wel iets te doen. Iedereen kan van het versterferfrecht afwijken door een testament te maken.
Gehuwd met kinderen:
Wettelijke verdeling
Volgens het oude versterferfrecht erfde de echtgenoot die overbleef (vaak aangeduid als de langstlevende echtgenoot) samen met de kinderen een kindsdeel. De kinderen konden vervolgens hun erfdeel opeisen, waardoor de langstlevende echtgenoot financieel in de problemen kon komen. Veel echtparen maakten daarom een langstlevende testament, bijvoorbeeld het ouderlijke boedelverdelingtestament. Het nieuwe versterferfrecht is hierop gebaseerd. Vanaf 1 januari 2003 krijgt de echtgenoot die overblijft de hele nalatenschap. De kinderen krijgen hun erfdeel niet in handen. Hun erfdeel wordt omgerekend in een geldbedrag. Zij krijgen daarvoor een geldvordering op de langstlevende echtgenoot. Op deze manier kan de langstlevende echtgenoot vrij beschikken over het hele vermogen en ongestoord verder leven. Dit noemt men de wettelijke verdeling.
De kinderen kunnen hun geldvordering pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot of bij diens faillissement/schuldsanering. Over de vordering wordt een rentepercentage vergoed ter correctie van de inflatie.
Het is belangrijk bij de wettelijke verdeling om de vordering van de kinderen goed te berekenen en vast te leggen. De notaris kan hierbij behulpzaam zijn.
Wilsrechten
Door de wettelijke verdeling komen alle goederen van de nalatenschap bij de langstlevende echtgenoot terecht. Als deze daarna overlijdt, erven zijn eigen kinderen. Soms zijn dit kinderen uit een eerder huwelijk. Hierdoor ontstaat het gevaar dat goederen via de stiefouder bij de stieffamilie terechtkomen. Als sprake is van stieffamilie, bijvoorbeeld als de langstlevende echtgenoot hertrouwt, hebben de kinderen de mogelijkheid hun eigen positie te versterken. Zij kunnen een beroep doen op een zogenaamd wilsrecht.
Als de kinderen een wilsrecht inroepen, krijgen zij goederen in eigendom ter waarde van de vordering die zij hebben op de langstlevende echtgenoot (een ouder of een stiefouder). Maar: al zijn de kinderen nu eigenaar, de langstlevende echtgenoot mag tijdens zijn leven de goederen blijven gebruiken. Dat wordt vruchtgebruik genoemd.
Voorbeeld 1
Peter overlijdt met achterlating van zijn vrouw Maria en hun twee kinderen Joost en Bram. Peter heeft geen testament gemaakt. Op grond van de wettelijke verdeling krijgt Maria de hele nalatenschap, waard € 90.000,-. Joost en Bram krijgen ieder een geldvordering op Maria, groot € 30.000,-.
Een paar jaar later komt een stiefouder in beeld: Maria hertrouwt met Steven. Joost en Bram kunnen dan een wilsrecht uitoefenen. Zij kunnen van Maria de eigendom opeisen van geld of goederen, ter waarde van € 30.000,-, maar Maria houdt wel het vruchtgebruik daarvan, zij mag dus de goederen tot haar dood blijven gebruiken: in geval van geld ontvangt Maria de rente en in geval van goederen mag zij die blijven gebruiken.
Joost en Bram hoeven bij het hertrouwen van Maria met Steven hun wilsrecht niet uit te oefenen. Zij krijgen nog een herkansing: als Maria vervolgens overlijdt, werkt de wettelijke verdeling weer en krijgt Steven de hele nalatenschap van Maria. Joost en Bram kunnen nu gebruik maken van een tweede wilsrecht. In plaats van uitbetaling in geld van hun vordering van € 30.000,- kunnen zij van Steven de eigendom opeisen van goederen uit Maria's nalatenschap, ter waarde van € 30.000,-.
Daarnaast krijgen zij voor hun erfdeel in de nalatenschap van hun moeder Maria een geldvordering op hun stiefvader Steven. Hiervoor kunnen zij ook weer een wilsrecht uitoefenen (zie voorbeeld 2).
Voorbeeld 2
Veronica ( gescheiden, weduwe of alleenstaande moeder) heeft twee kinderen, Karel en Kees. Zij (her)trouwt met Maarten, die daardoor stiefouder van Karel en Kees wordt. Als Veronica overlijdt, krijgt Maarten op grond van de wettelijke verdeling de hele nalatenschap van Veronica en krijgen Karel en Kees als mede-erfgenamen van hun moeder een geldvordering op Maarten ter grootte van hun erfdeel. Omdat Maarten niet hun eigen ouder is maar hun stiefouder, kunnen zij een wilsrecht uitoefenen: zij kunnen verlangen dat zij de eigendom van geld/goederen ter waarde van hun geldvordering krijgen. Wel mag Maarten deze goederen blijven gebruiken. Hij mag immers het vruchtgebruik uitoefenen.
Als Karel en Kees geen gebruik van hun wilsrecht hebben gemaakt, krijgen zij een herkansing: zij kunnen alsnog bij het overlijden van Maarten gebruik maken van een tweede wilsrecht: in plaats van uitbetaling van hun geldvordering kunnen zij de eigendom van goederen uit de nalatenschap van Maarten ter waarde van hun geldvordering opeisen.
Afwijken in testament van wettelijke verdeling
Een erflater kan in een testament de wettelijke verdeling opzij zetten of aanpassen. Je kunt bijvoorbeeld het rentepercentage van de vordering verhogen, de vordering opeisbaar maken bij hertrouwen van de echtgenoot of een kind onterven.
Vaak bestaat de behoefte als één of beide echtgenoten kinderen uit een eerdere relatie hebben, alle kinderen hetzelfde te behandelen. De wet biedt die mogelijkheid. Je kunt in een testament ook je stiefkinderen tot erfgenaam benoemen en de wettelijke verdeling van toepassing verklaren. Op die manier worden de stiefkinderen en de eigen kinderen gelijk behandeld.
In een testament kun je ook afwijken van de wilsrechten. Je kunt bijvoorbeeld bepalen dat de kinderen geen wilsrecht hebben. De achtergebleven echtgenoot kan dan niet worden lastiggevallen door de kinderen. Maar je kunt ook juist de wilsrechten voor de kinderen uitbreiden.
Ongedaan maken wettelijke verdeling
Als de langstlevende echtgenoot de wettelijke verdeling niet wil, dan kan hij de verdeling ongedaan maken. Dit moet wel binnen drie maanden na het overlijden worden vastgelegd in een notariële akte.
Langstlevendentestamenten
Ouderlijke boedelverdeling
Voor 1 januari 2003 zijn veel ouderlijke boedelverdelingtestamenten gemaakt.
Een ouderlijke boedelverdeling houdt in dat vader (stel hij is de eerststervende) alle bezittingen toedeelt aan moeder die eventuele schulden voor haar rekening neemt. Omdat moeder dan te veel krijgt (en de kinderen te weinig), is moeder de waarde van het erfdeel van de kinderen aan hen schuldig. Het bijzondere van deze vorderingen is dat in het testament is bepaald dat moeder de vorderingen altijd mag aflossen, maar daartoe niet is verplicht. Met andere woorden: de vordering is niet opeisbaar, behalve in een aantal in het testament genoemde gevallen. Bijvoorbeeld als moeder overlijdt, failliet gaat of hertrouwt. De kinderen zullen moeten wachten op uitkering van hun erfdeel tot één van de door de erflater bepaalde momenten zich voordoet óf tot het moment dat moeder zelf vindt dat zij kan uitkeren.
Na 1 januari 2003 kan geen ouderlijke boedelverdeling meer worden gemaakt. Testamenten met een ouderlijke boedelverdeling die voor 1 januari 2003 zijn gemaakt, blijven geldig, ook als de erflater na die datum is overleden. Het is dan zinloos voor kinderen een beroep op hun legitieme portie te doen. De langstlevende echtgenoot zal die namelijk pas uit hoeven te keren bij zijn overlijden.
Vruchtgebruik testament
Een ander soort regeling bij testament is het instellen van een vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot. De essentie van het recht van vruchtgebruik is dat de vruchtgebruiker het recht heeft op het gebruik van bepaalde goederen, maar dat de eigendom van die goederen toebehoort aan iemand anders. Dit laatste wordt ook aangeduid met de term 'hoofdgerechtigdheid' en 'hoofdgerechtigde'. Vruchtgebruiktestamenten zijn veel gemaakt in het verleden en kunnen ook in de toekomst nog worden gemaakt.
De vruchtgebruiker van een huis mag er gratis in wonen, de vruchtgebruiker van het saldo van een bankrekening geniet de rente. De vruchtgebruiker is verplicht het goed waarvan hij de vruchten geniet ten behoeve van de hoofdgerechtigde in stand te laten. Zo moet de vruchtgebruiker van een huis dat huis goed onderhouden, en moet de vruchtgebruiker van een saldo op een bankrekening afblijven van de hoofdsom, tenzij de erflater uitdrukkelijk anders heeft bepaald. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker(s) of op een eerder tijdstip dat de erflater in zijn testament heeft vastgelegd (bijvoorbeeld hertrouwen).
Er is een groot verschil tussen een ouderlijke boedelverdelingtestament en de wettelijke verdeling van het nieuwe erfrecht enerzijds en een vruchtgebruiktestament anderzijds. Bij de ouderlijke boedelverdeling en de wettelijke verdeling heeft de langstlevende het recht alle goederen op te maken; bij het vruchtgebruiktestament heeft de langstlevende, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen, in het algemeen alleen recht op gebruik van de goederen. Hierdoor bereikt de erflater dat bij het eindigen van het vruchtgebruik de goederen in volle eigendom toebehoren aan de hoofdgerechtigde. Stel: een man is voor de tweede keer getrouwd. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij kinderen en uit zijn tweede huwelijk niet. Deze man kan overwegen een vruchtgebruiktestament te maken. Hiermee bereikt hij dat zijn vrouw (uit zijn tweede huwelijk) het genot en gebruik van alle goederen heeft, maar dat bij haar overlijden zijn kinderen volledig eigenaar zijn. Hij hoeft geen angst te hebben dat zijn kinderen met lege handen staan als zijn vrouw er ook niet meer is, want zij heeft niet de bevoegdheid de goederen 'op te eten'.
Wel kunnen de kinderen aanspraak maken op hun legitieme portie. Maar over het algemeen zal in een vruchtgebruiktestament voor een echtgenoot een clausule worden opgenomen, dat de legitieme portie pas wordt uitbetaald na het overlijden van de langstlevende echtgenoot.
Afwijken van de wet: testament
Inleiding
De wet regelt in alle voorkomende gevallen wie de erfgenamen zijn van de overledene. Iedereen die zestien jaar of ouder is, kan van de wettelijke regels afwijken door een testament te maken. Vele redenen, ook fiscale, kunnen hierbij een rol spelen.
Afgezien van enkele uitzonderingen worden testamenten gemaakt ten overstaan van een notaris. De notaris legt de uiterste wil van de erflater vast in een notariële akte: het testament. De notaris adviseert de cliënt (de testateur) daarbij over mogelijke bepalingen in zijn situatie. Een testament heeft pas rechtskracht als de testateur en de notaris het hebben ondertekend. Het wijzigen van een testament is op elk moment mogelijk door het maken van een nieuw testament. Elke wijziging of herroeping van een bestaand testament moet ook weer via een notaris geregeld worden. Het verscheuren van een afschrift van een bestaand testament heeft geen rechtskracht; het testament blijft gewoon geldig.
Ongehuwd samenwonen
Samenwoners willen vaak dat bij het overlijden van de één alle goederen naar de ander gaan. Volgens het versterferfrecht erven zij niet van elkaar. Als zij dat wel willen, moeten zij een testament maken. Als zij daarnaast ook een notariële samenlevingsovereenkomst hebben gesloten, kunnen zij de erfrechtelijke positie van de partner ten opzichte van eventuele kinderen zo regelen dat de partner even goed is beschermd als de echtgenoot.
Soms zullen samenwoners een verblijvingsbeding voldoende vinden. Dat is een overeenkomst tussen de twee partners, waarin zij vastleggen dat als de één overlijdt de ander de gemeenschappelijke goederen krijgt, al dan niet tegen betaling van de waarde daarvan. Anders verwoord: als twee partners samen eigenaar zijn van een huis (of van andere gemeenschappelijke goederen zoals inboedel), kunnen zij via het verblijvingsbeding bepalen dat bij overlijden van de één de langstlevende volledig eigenaar van het huis wordt. Het is aan te raden het verblijvingsbeding notarieel vast te leggen. Gebeurt dat niet, dan kan het in sommige gevallen achteraf nietig blijken te zijn. Vaak maakt een verblijvingsbeding onderdeel uit van een samenlevingscontract. Als één van beiden kinderen heeft, is het verstandig de erfrechtelijke gevolgen van een verblijvingsbeding met een notaris te bespreken.
Onterving kind: legitieme portie
Kinderen kunnen in een testament worden onterfd. Zij worden dan geen erfgenaam. Wel geeft de wet bepaalde versterferfgenamen recht op een geldbedrag. Dit bedrag noemt men de legitieme portie. Degenen die op zo'n bedrag recht hebben, zijn de (klein)kinderen. Zij worden ook wel legitimarissen genoemd. Als een legitimaris berust in een onterving, ontvangt hij niets uit de nalatenschap. Berust hij niet, dan moet hij binnen 5 jaar zijn legitieme portie opeisen. Hiervoor hoeft de rechter niet te worden ingeschakeld. Een enkele duidelijke, liefst schriftelijke verklaring is voldoende. De legitieme portie bedraagt de helft van wat het kind zou hebben gekregen als er geen testament was, dus de helft van het versterferfdeel. De omvang van de legitieme portie wordt berekend in de waarde van de nalatenschap, vermeerderd of verminderd met bepaalde door de erflater gedane giften (schenkingen).
voorbeeld
Willem overlijdt en laat na zijn vrouw Ineke en twee kinderen, Tessa en Roosje. Willem en Ineke zijn niet in gemeenschap van goederen gehuwd. Willem heeft in zijn testament Tessa onterfd. De nalatenschap is waard 120.000,-. Zijn twee erfgenamen zijn Ineke en Roosje. Zij erven ieder 60.000,-. Als Tessa niet zou zijn onterfd, bedroeg haar erfdeel op 1/3 x 120.000,- = 40.000,-. Haar legitieme portie bedraagt nu _ x 1/3 x 120.000,- = 20.000,-.
Stel Willem heeft drie jaar voor zijn overlijden 15.000,- geschonken aan de stichting "Kat in nood". De legitieme portie bedraagt dan _ x 1/3 x (120.000,- + 15.000,-) = 22.500,-.
Tessa krijgt dus een geldvordering van 20.000,- resp. 22.500,- op de erfgenamen Ineke en Roosje.
Stel Willem heeft in het verleden niet 15.000,- aan de stichting "Kat in nood" geschonken maar aan Tessa. In dat geval wordt de legitieme portie van Tessa verminderd met 15.000,-. Zij krijgt dan een geldvordering van 22.500,- minus 15.000,- = 7.500,-.
Zoals gezegd: als een kind een beroep doet op zijn legitieme portie, krijgt het een geldvordering. Dat betekent nog niet dat het kind daarmee direct zijn geld kan opeisen. Als de wettelijke verdeling van toepassing is, kan het onterfde kind pas het geld opeisen van de langstlevende echtgenoot na diens overlijden. Ook bij een testamentaire erfstelling kan de erflater bepalen dat de geldvordering niet kan worden opgeëist zolang de langstlevende echtgenoot nog leeft. Deze niet-opeisbaarheidsclausule kan ook worden gemaakt als de erflater met iemand samenwoont, op voorwaarde dat er een notariële samenlevingsovereenkomst is gesloten.
Onterving echtgenoot: verzorgingsrecht
Onterving van een echtgenoot is mogelijk. De onterfde echtgenoot heeft geen recht op een legitieme portie. Wel worden de gevolgen van onterving verzacht, als de nalatenschap van de erflater voldoende mogelijkheden tot verzorging biedt. De onterfde echtgenoot heeft namelijk recht op een passend verzorgingsniveau. De echtgenoot kan bijvoorbeeld als dat nodig is, aanspraak maken op het vruchtgebruik van het huis en van de inboedel. Hij kan dan in de woning blijven wonen ook al is hij onterfd. Afhankelijk van zijn verdere financiële omstandigheden kan hij ook het vruchtgebruik claimen van andere zaken, bijvoorbeeld van een effectenportefeuille. En zelfs mag hij dit vermogen opmaken als dat nodig is voor zijn verzorging, maar daarvoor moet wel eerst de toestemming van de kantonrechter worden gevraagd.
Deze regeling is van dwingend recht. Bij testament kan er niet van worden afgeweken. Wel is de uitoefening van deze rechten aan korte termijnen gebonden (6 respectievelijk 9 maanden). Raadpleeg daarom in zo'n geval zo snel mogelijk een notaris.
Uitsluitingsclausule
Velen willen wel dat hun kinderen (of andere erfgenamen) iets van hen erven. Zij willen echter niet dat na een echtscheiding de ex-echtgenoten van hun kinderen (of van andere erfgenamen) recht hebben op de helft van de erfenis. Dit kan gebeuren als de erfgenaam in algehele gemeenschap van goederen was getrouwd of onder bepaalde huwelijkse voorwaarden. De oplossing hiervoor is het opnemen van een uitsluitingsclausule in het testament. Bijvoorbeeld: 'Hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan zullen niet vallen in enige huwelijksgoederengemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden noch worden betrokken in een verrekening op grond van huwelijkse voorwaarden'.
Het resultaat is dat de 'koude kant' geen recht heeft op de helft van de geërfde goederen als gevolg van een echtscheiding.
Legaat
Een erfgenaam is iemand die de hele erfenis of een aandeel in de erfenis krijgt, ofwel (een gedeelte van) alle goederen (bezittingen en schulden), die deel uitmaken van de nalatenschap.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor een erflater een bepaald goed of een vastgestelde som geld aan iemand of aan een goed doel te vermaken. Dit noemt men een legaat. De erfgenamen moeten het legaat aan de gerechtigde (legataris) afgeven. Voorbeelden: 'Ik legateer mijn woonhuis te Amsterdam aan mijn neef Piet', of: 'Ik legateer aan mijn neef Jan een bedrag in contanten groot 5.000'. Een legaat van een goed dat er ten tijde van het overlijden van de erflater niet meer blijkt te zijn, vervalt.
Bewind
Het kan voorkomen dat een erflater van mening is dat zijn erfgenamen (nog) niet de volledige verantwoording kunnen dragen van het door hen geërfde vermogen. Dit kan te maken hebben met de leeftijd of met het gedrag van de erfgenamen. In zulke gevallen kan de erflater een bewind instellen. Er komt dan een bewindvoerder die het geërfde beheert, bijvoorbeeld totdat de erfgenamen een bepaalde leeftijd hebben bereikt of gedurende een periode van vijf jaren na het overlijden. Het feit dat in Nederland de leeftijd voor meerderjarigheid is teruggebracht van 21 naar 18 jaar is voor velen aanleiding bij testament een bewind in te stellen. Zonder bewindregeling krijgen de kinderen op achttienjarige leeftijd de erfenis onder eigen beheer; voor menigeen is dat veel te vroeg om er verantwoord mee om te gaan.
Een bank of accountant kan bewindvoerder zijn, maar ook een familielid. De bevoegdheden en de plichten van en bewindvoerder worden in het testament vastgelegd.
Als een kind het erfdeel van zijn ouder onder bewind krijgt en het bewind niet accepteert, kan hij verwerpen en aanspraak maken op zijn legitieme portie. Hij krijgt dan een geldvordering die de helft waard is van het erfdeel dat hij onder bewind zou hebben geërfd. Financieel gaat hij er dus op achteruit. Daarnaast zijn er twee gevallen, waarbij de legitimaris wel het bewind zal moeten accepteren: 'als het kind onmachtig of onmondig is in eigen beheer te voorzien'(denk aan een kind dat aan drugs is verslaafd) en 'als de erfenis hoofdzakelijk aan schuldeisers van het kind ten goede zou komen'. In die gevallen betekent niet-accepteren namelijk dat het kind helemaal niets zal krijgen.
Voogdij
Voor mensen met minderjarige kinderen is het belangrijk zich af te vragen wat er met de kinderen gebeurt als zij er allebei niet meer zijn. Bij gehuwden oefenen de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Overlijdt één van hen, dan krijgt de ander automatisch het ouderlijk gezag. Als de ander vervolgens overlijdt (of de ouders overlijden tegelijk), dan benoemt de rechter een voogd over de kinderen, tenzij de ouders in een testament zelf al een voogd hebben benoemd. Door zo'n voogdbenoeming is de rol van de rechter uitgespeeld; de ouders hebben dwingend bepaald bij wie hun kinderen terechtkomen. Ook twee gezamenlijke voogden kunnen bij testament worden aangewezen.
Bedrijfsopvolging
Vanaf 1 januari 2003 zijn er meer mogelijkheden voor bedrijfsopvolging. Enerzijds krijgt een bedrijfsopvolger bepaalde rechten. Anderzijds kan de erflater bij testament meer regelen. Deze mogelijkheden gelden zowel bij een door de erflater gedreven onderneming als bij een kapitaalvennootschap waarvan de erflater de aandelen bezit.
Zo kan een (stief)kind of de echtgenoot van erflater de overdracht van de bedrijfsgoederen of van de aandelen verlangen tegen betaling van een redelijke prijs. Voorwaarde is wel dat de echtgenoot van erflater of het (stief)kind dan wel diens echtgenoot het bedrijf voortzet. Het verzoek hiervoor moet binnen één jaar na het overlijden bij de kantonrechter worden ingediend.
Een verstandig ondernemer/erflater regelt zelf zijn bedrijfsopvolging in een testament. Hij kan bijvoorbeeld de bedrijfsgoederen/aandelen legateren aan de beoogde opvolger. Volgens het nieuwe erfrecht heeft een legitimaris slechts recht op een geldbedrag en kan dus geen aanspraak meer maken op de bedrijfsgoederen. Daarnaast kan de ondernemer/erflater met het oog op de voortzetting van de onderneming in zijn testament bepalen dat legitimarissen genoegen moeten nemen met uitbetaling van hun legitieme portie in termijnen.
Bij personenvennootschappen zoals een vennootschap onder firma wordt vaak gebruik gemaakt van een verblijvings- of overnemingsbeding. Bedrijfsgoederen worden dan eigendom van de overgebleven vennoot. Als dit niet tegen betaling van de reële waarde op het moment van overlijden gebeurt, beïnvloedt dit de positie van de legitimarissen. Daarnaast zal vaak voor de geldigheid van zo'n beding vereist zijn dat het in een notariële akte is vastgelegd.
Executeursbenoeming
Een oude tante heeft één neef en één nicht die in het buitenland wonen. Beide ouders van neef en nicht zijn overleden. Ieder krijgt de helft van tantes erfenis. 'Notaris, wie moet nu alles regelen als ik er niet meer ben?' De notaris adviseert haar een executeur te benoemen. Deze functionaris heeft tot taak de nalatenschap af te wikkelen. Daarbij behoort ook het regelen van de begrafenis of de crematie. De executeur kan één van de erfgenamen zijn, maar het kan ook een buitenstaander zijn. Vanaf 1 januari 2003 kan hij alleen in een testament worden benoemd, niet meer bij codicil. Benoemingen in een codicil van voor die datum blijven wel geldig. Het nieuwe erfrecht geeft een uitgebreide regeling ten aanzien van de bevoegdheden en plichten van de executeur. Hij krijgt het beheer over de nalatenschap en zal alle bezittingen onder zich mogen nemen. Hij zal de schulden moeten betalen, vorderingen innen, de huur opzeggen en legaten afgeven of uitbetalen. Hij kan ook een speciale opdracht krijgen, bijvoorbeeld om persoonlijke papieren te vernietigen of een goed tehuis voor de huisdieren te zoeken. De executeur moet er altijd voor zorgen dat een boedelbeschrijving wordt opgemaakt. Dat is een beschrijving van wat wordt nagelaten. Hij moet rekening en verantwoording afleggen aan de erfgenamen. De executeur is bevoegd de aangifte te doen voor het recht van successie (de belasting die kan worden geheven na het openvallen van een nalatenschap). Wanneer de executeur de aangifte zelf ondertekent, is hij aansprakelijk voor de betaling van de belasting. De wet regelt het loon voor de executeur: 1 procent van het vermogen op de dag van het overlijden. Maar de erflater kan bij de benoeming in het testament het honorarium ook zelf vaststellen, bijvoorbeeld op een vast bedrag.
Het is mogelijk in het testament de executeur nog meer bevoegdheden te geven. Hij kan dan als executeur-afwikkelingsbewindvoerder de nalatenschap zelfstandig afhandelen en verdelen. De notaris kan meer informatie hierover geven.
Afwijken van de wet: codicil
Bepaalde legaten hoeft de erflater niet perse in een notarieel testament vast te leggen. Voor het vermaken van inboedelgoederen (geen schilderijen en/of kunstvoorwerpen), sieraden en kleren voldoet een codicil. Een codicil is een eigenhandig geschreven (er mag geen getypte letter in staan), gedateerde en ondertekende verklaring. De in een codicil vermaakte goederen moeten nauwkeurig (stuk voor stuk) worden beschreven. Ook kan iemand in een codicil instructies geven voor zijn begrafenis of crematie. Vanaf 1 januari 2003 is het benoemen van een executeur in een codicil niet meer mogelijk. Dit zal dan bij testament moeten gebeuren. Een codicil met een executeursbenoeming van voor die datum blijft geldig.
Het gemakkelijke van een codicil is dat de maker het snel kan wijzigen. Verscheur het oude en schrijf een nieuw. Het nadeel is dat een codicil, in tegenstelling tot een notarieel testament, kan zoekraken of kan worden verdonkeremaand. Het advies is dan ook om het goed op te bergen of af te geven aan een vertrouwd iemand.
Testamentenregister
Hoe weet men of er een testament is gemaakt? Hiervoor is het Centraal Testamentenregister in het leven geroepen. Het Testamentenregister in 's-Gravenhage houdt bij door welke persoon op welke datum en voor welke notaris een testament is gemaakt. De notaris geeft dit op. De inhoud van het testament is daar niet bekend. Pas na het overlijden van iemand staat het iedereen vrij (meestal gebeurt dat via een notaris) te informeren of er een testament is. Bij de desbetreffende notaris kan men dan om informatie vragen. Het spreekt vanzelf dat de notaris alleen aan direct belanghebbenden de inhoud van het testament prijsgeeft.
Codicillen worden niet bij het Centraal Testamentenregister geregistreerd.